Tweespalt op de arbeidsmarkt volgens Rabobank

11 januari 2018 Banken.nl

De huidige arbeidsmarkt kent twee gezichten. Enerzijds is er een groep werklozen die voortdurend tussen wal en schip vallen en anderzijds zijn er berichten over ernstige personeelstekorten, met mogelijke negatieve gevolgen als stress en burnouts. RaboResearch deed onderzoek naar deze ogenschijnlijk tegenstrijdige combinatie.

De zorg, het onderwijs en de ICT: dit zijn de sectoren die vaak in het nieuws komen als zijnde op zoek naar personeel. Dat lijkt voor werknemers een aantrekkelijke situatie, er valt immers iets te eisen. Maar extreem hoge werkdruk, stress en frustratie liggen volgens de onderzoekers van Rabobank op de loer.

Naast hosanna-berichten uit bovengenoemde sectoren, is er echter ook nog steeds een niet te negeren groep werklozen van circa 400.000. Dat zijn mensen die zoeken naar werk én beschikbaar zijn om direct te gaan werken. Daarnaast is er een groep van zo’n 250.000 Nederlanders die ook beschikbaar is, maar door vele afwijzingen wordt ontmoedigd en daarom maar niet meer solliciteert. Ook zijn er nog zo’n 150.000 mensen wel zoekend, maar niet direct beschikbaar. Hierbij valt te denken aan scholieren en studenten. Bij elkaar zijn dat dus zo’n 800.000 mensen die niet werken, terwijl in sommige sectoren een schreeuwend tekort aan mankracht is. Hoe kan dit?

Werkgevers nog altijd op zoek naar dat ene pareltje

Het klinkt misschien logisch, maar niet in alle sectoren is de vraag even groot. Het zijn een aantal sectoren die het goed – of te goed – doen. Van een algeheel arbeidstekort is in Nederland nog geen sprake, volgens RaboResearch. Werkgevers moeten meer moeite doen om aan passend personeel te komen, maar over het algemeen lukt hen dit vrij aardig. Een kleine minderheid van ongeveer 10% spant zich zelf in door zelf mensen op te leiden of het functieprofiel aan te passen naar werkzoekenden waar wel aanbod van is. Rabobank verwacht dat de werkloosheid komende jaren verder afneemt. Van 4,7% in 2017, naar 4,2% in 2018 tot 3,8% in 2019. Dat biedt kansen voor mensen die nu thuis zitten.

Voorkeur voor bepaalde groepen

De groep Nederlandse werklozen is op te delen in groepen die meer of minder kans hebben om mee te gaan in de vaart van de maatschappij. Dat wordt bepaald door opleiding en (relevante) werkervaring, maar ook door persoonskenmerken. Ondanks toenemende aandacht voor diversiteit hebben werkgevers veelal de voorkeur voor relatief jonge mannen van autochtone komaf. Nederland is daarin overigens niet uniek, in ons omringende landen heerst volgens Rabobank dezelfde tendens. Vrouwen, allochtonen en ouderen hebben het – ook volgens de harde cijfers – stuk voor stuk moeilijker.

Bij autochtone mannen tussen 35-45 jaar ligt de werkloosheid structureel het laagst in Nederland, op de voet gevolgd door autochtone mannen tussen 25-35 jaar. Vrouwen doen het over het algemeen goed en zijn hun achterstand op bovengenoemde groep aan het inlopen. Maar het werkloosheidspercentage onder 55-plussers ligt bijna 3 procentpunt hoger. Onder allochtonen is dat zelfs 5 procentpunt, iets wat niet zomaar te verklaren valt vanuit onderwijsoogpunt. De achterstand van ouderen en allochtonen is en blijft fors, maar nog niet zo groot als die van mensen met een arbeidsbeperking.

Onder druk wordt alles vloeibaar

Om de groepen op achterstand aan te laten sluiten op de arbeidsmarkt is gericht beleid nodig, zeggen de onderzoekers. Ze melden echter ook dat het de werkgevers zijn die het gezicht van de arbeidsmarkt grotendeels bepalen. Volgens Rabobank doen zij er goed aan om hun focus te verbreden. In essentie moeten zij zich niet alleen maar proberen te richten op schoolverlaters met tien jaar relevante werkervaring, maar juist ook kijken naar mensen met een afwijkend carrièrepad of – indien nodig – zelf opleidingen aanbieden die hen klaarstomen voor het werk. Onder druk wordt alles vloeibaar.

Nieuws

Meer nieuws over